Het Bureau Financieel Toezicht komt langs, wat nu?

Het aantal BFT-bezoeken bij accountants en administratiekantoren stijgt fors. ComplianceWise vroeg Charles van der Voort, voorheen officier van Justitie, nu advocaat bij VOI Advocaten in Breda, naar zijn visie op de vraag: wat zijn de do’s en dont’s als het BFT langs komt? En wat als het BFT constateert dat de Wwft niet is nageleefd?
Share on linkedin
Share on facebook
Share on twitter
Share on whatsapp
Share on email

Door Charles van der Voort, VOI Advocaten Breda.
 

Het lijkt wel of tegelijk met het corona-virus ook het opsporingsvirus met betrekking tot witwassen in ons land rondwaart. Je kunt tegenwoordig geen krant meer opslaan of je leest over FIOD-onderzoeken, strafrechtelijke veroordelingen voor witwassen, banken die samen optrekken tegen witwassen, als waren zij buitengewone opsporingsdiensten, en ga zo maar door. Het leidt geen misverstand dat het tegengaan van witwassen één van de doelstellingen is van het Bureau Financieel Toezicht (BFT). Hoe zit dat precies?

Het Bureau Financieel Toezicht draagt bij aan de rechtszekerheid en integriteit van het financiële stelsel in Nederland door onder andere toezicht te houden op de naleving van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) bij instellingen van belastingadviseurs en accountants. Ten behoeve van dit toezicht kan het BFT een controle(onderzoek) instellen. Een instelling en al haar medewerkers zijn op grond van art. 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) verplicht om medewerking te verlenen aan een dergelijk onderzoek.

Het is aan te raden om gedragslijnen, procedures en maatregelen goed vast te leggen om zo de risico’s op witwassen en financieren van terrorisme te beperken. Verder is het van belang om een goede registratie bij te houden van interne meldingen van mogelijk ongebruikelijke transacties en de beoordeling daarvan.

Onderzoek ter plaatse

Indien de BFT onderzoek ter plaatse verricht, vraagt u allereerst aan de BFT-medewerkers om zich te legitimeren. Noteer deze gegevens. Vraag vervolgens naar het doel van het bezoek / onderzoek. Zo kunt u zich er van verzekeren dat het gaat om een onderzoek in het kader van toezicht op de naleving van de Wwft.

Neem ook contact op met een advocaat en vraag naar uw rechten en plichten. Deskundige bijstand bij een onderzoek is erg belangrijk. Mogelijk kunnen bestuurlijke boetes of strafrechtelijke vervolging worden voorkomen.

Binnentreden

Het BFT mag elke plaats betreden en een instelling op elk moment bezoeken (art. 5:15 Awb). Dit kan zowel aangekondigd als onaangekondigd. Vraag de BFT-medewerkers te wachten met het onderzoek tot uw advocaat is gearriveerd.

Belangrijk: een woning mag alleen worden binnengetreden na voorafgaande toestemming van de bewoner. Dit kan bijvoorbeeld van belang zijn indien er kantoor wordt gevoerd vanuit huis.

Het is verder van belang om steeds te zorgen voor een opgeruimd bureau en dossiers op te bergen in afgesloten kasten. De BFT-medewerkers mogen rondkijken, maar het is niet toegestaan om kasten en laden te openen.

Inlichtingen

Het BFT mag ook inlichtingen vorderen (art. 5:16 Awb). De inlichtingenplicht geldt niet indien er sfeerovergang plaatsvindt van toezicht naar opsporing. Zodra u wordt verhoord met het oog op een op te leggen bestuurlijke sanctie (of strafrechtelijke vervolging) kunt u een beroep doen op uw zwijgrecht (artikel 5:11 Awb en artikel 29 WvSv). Uw advocaat kan een dergelijke sfeerovergang voor u in de gaten houden en u wijzen op uw rechten en plichten.

Inzage vorderen

Gedurende het onderzoek mag het BFT inzage vorderen in zakelijke gegevens en bescheiden, waaronder ook valt het inzagerecht in dossiers (art. 5:17 Awb). Accountants kunnen zich in dat kader niet beroepen op een geheimhoudingsplicht.

Bevestig schriftelijk aan het BFT indien u protesteert tegen de vordering en maak van uitgeleverde stukken een kopie voor u zelf.

U hoeft niet integraal inzage te verlenen in dossiers van cliënten voor wie werkzaamheden worden uitgevoerd waarvoor de Wwft niet geldt. Het is daarom aan te bevelen om voor die werkzaamheden afzonderlijk dossiers in te richten

Bestuursrechtelijke handhaving

Indien het BFT naar aanleiding van het onderzoek constateert dat de Wwft niet is nageleefd, is in beginsel sprake van een bestuursrechtelijke overtreding.

Het BFT mag als sanctie:

  • een aanwijzing geven;
  • een last onder dwangsom opleggen;
  • een boete opleggen;
  • een tijdelijk verbod opleggen om een beleidsbepalende functie uit te oefenen;
  • een waarschuwing of verklaring publiceren;
  • een besluit tot het opleggen van een bestuurlijke sanctie openbaar maken.

Met het tijdig inschakelen van een advocaat kunnen bestuursrechtelijke sancties mogelijk worden voorkomen. Indien u wel te maken krijgt met sancties bij mogelijk geconstateerde overtredingen, kan een advocaat u bijstaan in een eventuele bezwaar- en beroepsprocedure.

Strafrechtelijke handhaving

Het niet-naleven van verplichtingen uit de Wwft is in bepaalde gevallen een strafbaar feit (economisch delict). In de Wet op de economische delicten (WED) staat welke verplichtingen precies vallen onder het economisch strafrecht. Dit is bijvoorbeeld het nalaten van doen van cliëntenonderzoek of het niet melden van ongebruikelijke transacties.

Tuchtrechtelijke handhaving

Het BFT kan een tuchtklacht tegen een accountant indienen bij de Accountantskamer van de Rechtbank te Zwolle.

Voorkomen, beter dan genezen

Wil je zeker weten dat je de Wwft op orde hebt als het BFT langskomt, dan is het aan te raden het 8-stappenplan van het BFT te volgen. Grub is hiervoor een geschikt hulpmiddel, omdat je alle 8 stappen ondervangt, omdat je altijd de actuele informatie kunt bieden aan de toezichthouder, en omdat je de informatie (zowel de objectieve, als subjectieve ‘beslissingen’) aantoonbaar vastlegt.

Over de auteur: Charles van der Voort is advocaat bij VOI Advocaten. Hij helpt ondernemers en particulieren die een (dreigend) strafrechtelijk geschil hebben met opsporingsinstanties en het Openbaar Ministerie. Voordat hij zich aanlsoot bij VOI Advocaten was hij lange tijd werkzaam bij het Openbaar Ministerie, onder andere als Officier van Justitie in Den Haag en Breda.

logo_footer